Nieuw voor Vlaanderen   

 

 Geopora nicaeensis - Pol Debaenst -  Ter Yde  Oostduinkerke 21/10/2017

 

GEOPORA NICAEENSIS

                                     

     

        Inktviszwam in De Panne   

 

     Clathrus archeri - Pol Debaenst ( De Panne 3/11/2017)

     INKTVISZWAM         INKTVISZWAM 4

                                                                                                        Fotografie Catherine Sergoris 

                                                          INKTVISZWAM 3           INKTVISZWAM 2  

VERSPREIDING/ BEDREIGING

Geschreven door Bart Stornebrink (21/10/2016)

De vier- tot zesarmige kalk mijdende inktviszwam is oorspronkelijk uit Australië afkomstig. Hij is voor het eerst in 1921 waargenomen in Nederland. Zijn sporen zijn waarschijnlijk in de vacht van geïmporteerde schapen naar Europa verscheept, waarna de sporen zich via vliegen over een aantal West-Europese landen hebben kunnen verspreiden.

De paddenstoel verschijnt onregelmatig. Dat heeft meer met het momentane weer in een gebied te maken, dan met de globale opwarming van het klimaat."

 

  

     

        Mosschijfjes in de Westhoek:  

 

                                                           Overzicht Lamprospora en Octospora- Pol Debaenst

 Na een eerste stevige vorstperiode doen de mosschijfjes het meestal goed.

 Behalve in de winter en op mossen komen mosschijfjes  eveneeens voor op naakte aarde in o.a. bosdreven of half  uitgedroogde beken.

 Ook op naakt zand kun je ze vinden.

 Zo werd onlangs door C.Van Den  Broeck,het Korrelknikmosschijfje- Octospora gemmicola gevonden.

 Vermoedelijk nieuw voor Vlaanderen.(Oostachterduinen Oostduinkerke 13/02/2015).

Overzicht van de waargenomen mosschijfjes:

knikmosschijfje4  Korrelknikmosschijfje

Octospora coccinea                                                                               Octospora gemmicola

 

Lamprospora astroidea- Gladsporig mosschijfje

Lamprospora dictydiola- Muursterretjes mosschijfje

Lamprospora macracantha- Stersporig mosschijfje

Lamprospora retispora- Mazenmosschijfje

Lamprospora tortulae-ruralis- Duinsterretjesmosschijfje

Lamprospora wrightii- Pluisdraadmosschijfje

Octospora axillaris- Spoelsporig mosschijfje

Octospora coccinea- Knikmosschijfje

Octospora gemmicola- Korrelknikmosschijfje

Octospora humosa- Groot oranje mosschijfje

Octospora leucoloma- Zilvermosschijfje

Octospora misci-muralis- Muurmosschijfje

Octospora roxheimii- Breedsporig mosschijfje

Octospora rustica-Vals mosschijfje

 

 

    Nieuwe soort stinkzwam aan de Vlaamse Kust:    

 

phallus caespitosus

                                     Foto: J. Launoy

Phallus caespitosus Guimb.nom prov.

15/10/2015

Schipgatduinen, Koksijde

IFBL: C0.47.42

Zeereepduinen begroeid met Helm (Ammophila arenaria) blijken een grotere diversiteit aan zwammen te herbergen dan tot nog toe gedacht.

Een eerste verkenning in oktober 2015 van de Schipgatduinen te Oostduinkerke (Koksijde) leverde alvast een nieuwe soort op,

nl. Phallus caespitosus Guim. nom prov.

Voor het bepalen van de habitatkwaliteit van stuivende duinen (Natura 2000 habitattype 2120) wordt er in de nabije toekomst ook gekeken naar een aantal paddenstoelen die toonaangevend kunnen zijn (Sam Provoost).

Duinfranjehoed (Psathyrella ammophila), Zandtulpje (Peziza ammophila), Helmharpoenzwam (Hohenbuehelia culmicola), Duinveldridderzwam (Melanoleuca cinereifolia), Zeeduinchampignon (Agaricus devoniensis) en Duinstinkzwam (Phallus hadriani) vormen hierbij het hoofddoel.

Tijdens de inventarisatie van de helmduinen in de zeereep en de onmiddellijk erachter gelegen stuifduinen vond Wouter Van Gompel (NBO) twee verweerde exemplaren van een stinkzwamsoort. Het was niet duidelijk of het Phallus hadriani betrof, gelet op de ontbrekende paarse kleur van het "duivelsei". In de buurt werden een 25-tal exemplaren gevonden in verschillend stadium van ontwikkeling. Hierbij noteerden we volgende veldkenmerken: " Geen doordringende, walgelijke geur zoals bij de Grote stinkzwam (Phallus impudicus). De geur werd ter plaatse getypeerd als fruitig. Hierbij dient ter verduidelijking gezegd dat de exemplaren al ontdaan waren van de gleba. Er werd in situ een duivelsei doorgesneden om een vergelijking te kunnen maken met P.impudicus. De kop van de ingesloten zwam leek meer ellipsvormig maar vertoonde dezelfde kleuren als P.impudicus .Doorslaggevend onderscheid met de laatstgenoemde was dat alle exemplaren omgevallen waren en in trossen bijeen groeiden. De steel, amper iets dikker dan deze van de Kleine stinkzwam (Mutinus caninus), kon blijkbaar de zwaardere kop niet torsen waardoor de exemplaren omvallen".

Het napluizen van recente literatuur leverde de volgende dag toch resultaat op. De franse mycoloog Jacques Guinberteau, werkzaam bij de INRA, beschreef naast Phallus hadriani ook een vondst uit de duinen aan de Atlantische kust waaraan hij de voorlopige naam gaf van Phallus caespitosus. De soortnaam "caespitosus" betekent immers "in toefjes", wat ook overeenstelt met onze waarneming. Er werd via mail contact gezocht met de auteur om de naam te laten erkennen. Hij formuleerde het als volgt: " Pour l'instant par manque de temps (ou négligence) je n'ai jamais validé cette bonne espèce (confirmée et observée aussi par Régis Courtecuisse), ceci à travers une publication officielle avec type et diagnose. Je l'ai également observée sur le littoral Charentais avec mon ami mycologue Guy Dupuy. Certaines années ce Phallus fructifié en nombre et parfois plusieurs fructifications dans le même oeuf ou des oeux fréquemment gémellaires ou coalescents!"

Onze vindplaats werd in de week nadien nog een paar keer bezocht om een monster te nemen van verse gleba voor microscopisch onderzoek van de sporen.Er werd ook gecontroleerd of de wortelstreng onderaan het ei verbonden was met een helmstengel, wat het geval was. De walgelijke geur van verse gleba was nu wel duidelijk merkbaar.

Sporenmaten van een vers monster variëren tussen 3,91-4,58 x 1,78- 2,20 µm (Q= 2,07). De sporen zijn glad.

Een tweede monster genomen bij vers materiaal, gedroogd, nadien geweekt in water met 2% NH3 en gemeten met vergroting 1000 x, geeft metingen van 4,05-4,72 x 2,12-2,60 µm(Q= 1,84).

Volgens Pegler zijn de maten voor: Phallus hadriani: 3,2-6 x 2-3,2 µm (Q=1,76) en Phallus impudicus: 4-5,6 x1,8-2,8 µm (Q=2,08). Op de tekeningen lijken de sporen hier fijn wrattig, hoewel dat niet vermeld wordt dppr Pegler.

Op waarneming.nl staat een vondst door Shirley O'Brien van 30/09/2015 uit het National Park Zuid-Kennemerland on de naam Phallus hadriani Vent., maar waarvan de bijgevoegde beelden helemaal beantwoorden aan Phallus caespitosus.

Inmiddels is in de Zwinduinen door Sam Provoost (INBO) ook Phallus hadriani gevonden met het kenmerkende paarse duivelsei. 

De PWW ( Paddenstoelenwerkgroep Westhoek) en de werkgroep die werkzaam is aan onze oostkust hebben alvast hun medewerking verleend aan het INBO om de helmduinen in de volgende jaren meer te bezoeken in het kader van bovenvermeld project.

Geraadpleegde bronnen:

BRESSON Y. (1996) - Dictionnaire étymologique des noms scientifiques de champignons. l' Association Mycologique d' Aix-en-Provence.

GUINBERTEAU J. (2011) - Le petit livre des Champignons des dunes. Editions confluentes.

PEGLER, D.N./ LAESSOE, T./ SPOONER, B.M.(1995) - BrittishPuffballs, Earthstars and Stinkhorns. Royal Botanical Gardens, Kew.

Met dank aan J. Launoy voor tekst en foto

 

              Nieuw voor Vlaanderen:      

 

                                              

Viooltjeswasplaat

 De Viooltjeswasplaat in de Galgebossen, NIEUW VOOR VLAANDEREN.

Tijdens een excursie van de PWW is in de Galgebossen te Elverdinge(Ieper) de zeer zeldzame Viooltjeswasplaat( Chromosera viola) gevonden op 22 november 2014. Op het terrein werd het paddenstoeltje niet herkend, tot welk geslacht het hoorde was toen ook nog niet duidelijk.